Inleiding
Om gegevens op het Silent Cube opslagsysteem te kunnen archiveren, moet eerst een volume worden aangemaakt. Dit is een gereserveerd opslaggebied waarin willekeurige mapstructuren en shares kunnen worden gedefinieerd.
In het menu Beheer geeft de Silent Cubes-software een overzicht van alle reeds aangemaakte volumes. Voor elk volume worden bovendien actuele gegevens over de capaciteit en over de hoeveelheid gearchiveerde en nog niet gearchiveerde bestanden weergegeven. Daarnaast zijn het volumetype en speciale opties zichtbaar. Sommige instellingen van een reeds aangemaakt volume kunnen ook achteraf worden aangepast door dubbel te klikken op de betreffende regel in de lijst.
Volumes en shares zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Om gebruikers toegang te geven tot een volume en daarop gegevens te kunnen archiveren, moeten voor aangemaakte volumes shares beschikbaar worden gesteld. De instellingen voor de shares bevinden zich daarom eveneens in het menu Beheer.
Volume toevoegen
Door op de knop Volume toevoegen te klikken, wordt het dialoogvenster voor het aanmaken van een nieuw volume weergegeven.
In het invoerveld Naam moet eerst een naam voor het volume worden ingevoerd. Het gebruik van spaties en bepaalde speciale tekens is niet toegestaan.
De capaciteit van het volume wordt gedefinieerd via het invoerveld Quota [MB] in MByte. De maximale quota komt overeen met de beschikbare opslagruimte van alle aangesloten Silent Cube-opslageenheden. De quota van een volume kan op een later tijdstip binnen de maximaal beschikbare capaciteit worden vergroot. Ook een verkleining tot de grens van de reeds opgeslagen gegevenshoeveelheid is mogelijk.
Als de vrij beschikbare opslagcapaciteit van het volume bijna is verbruikt en er nog een bestand voor archivering klaarstaat dat de quota van het volume zou overschrijden, wordt de quota met behulp van de optie Autoincrement [MB] automatisch met de opgegeven grootte in MByte vergroot. Als de meldingsfunctie al is ingesteld (zie hoofdstuk 6.3), wordt een waarschuwing per e-mail verzonden. Als de waarde 0 wordt ingevoerd, vindt er geen automatische vergroting van het volume plaats.
Afhankelijk van de toepassing kan het nodig zijn de drempel voor de automatische verhoging van de quota aan te passen. Hiervoor dient het veld Drempel [%], waarmee het percentage wordt vastgelegd waarbij de automatische verhoging moet worden uitgevoerd.
Volumetype
Het volumetype bepaalt op welke manier gegevens op een volume worden gearchiveerd. Via het vervolgkeuzemenu Volumetype biedt de Silent Cubes-software meerdere archiveringsmethoden aan.
Volumetype en Compliance Option
De beschikbare volumetypen zijn afhankelijk van een aangeschafte en geactiveerde Compliance Option (meer informatie over de activering vindt u in hoofdstuk 6.10). Zonder geactiveerde Compliance Option is uitsluitend het volumetype WORM beschikbaar.
Opmerking: wordt een van de FAST LTA Approved Solutions (bijvoorbeeld een documenten- of beeldmanagementsysteem) voorgeschakeld gebruikt, dan is in de meeste gevallen de Compliance Option verplicht vereist!
Volumetype WORM
Een volume dat met het volumetype WORM is aangemaakt, gedraagt zich als een conventionele WORM-opslag. Bestanden die hierin worden opgeslagen, worden permanent gearchiveerd (onbeperkte retentieperiode) en kunnen nooit worden verwijderd. Ook het volume zelf kan niet meer worden verwijderd zodra er gegevens op zijn gearchiveerd. De archivering verloopt tijdgestuurd en is configureerbaar.
Volumetype WORM met versiebeheer
Komt overeen met het volumetype WORM, maar biedt daarnaast functionaliteiten voor versiebeheer. Hierdoor kan een reeds gearchiveerd bestand virtueel worden overschreven. Daarbij worden revisies van een bestand aangemaakt, waartoe met speciale methoden (Revert en Switch Revision) toegang kan worden verkregen. Het FAST LTA Support Team stelt op aanvraag een afzonderlijk Background Paper over versiebeheer beschikbaar.
Volumetype WORM met retentieperiode
Komt overeen met het volumetype WORM, maar biedt de mogelijkheid om te archiveren gegevens te voorzien van een instelbare "retentieperiode" (retentiedatum). Na afloop van de retentiedatum kunnen de bestanden handmatig of via een aangesloten softwaresysteem worden verwijderd.
De retentiedatum van een bestand wordt gedefinieerd via de Access-Timestamp (onderdeel van de metadata van een bestand in het bestandssysteem). Tot het verstrijken van de als Access-Timestamp gedefinieerde datum kan het gearchiveerde bestand niet worden verwijderd.
Bij het aanmaken van een volume van het type WORM met retentieperiode kan een standaardwaarde (jaren/dagen) worden ingesteld, waarmee de in de toekomst liggende Access-Timestamp wordt bepaald.
Wanneer een bestand naar het Silent Cube opslagsysteem wordt overgedragen (cache-opslag), wordt in het bestandssysteem het tijdstip en de datum van het aanmaken van dit bestand in het Silent Cube-bestandssysteem vastgelegd (Creation Date). Deze Creation Date plus de ingestelde standaardwaarde levert vervolgens de Access-Timestamp op, die in het bestandssysteem wordt vastgelegd.
Aangesloten softwaresystemen kunnen de Access-Timestamp weliswaar tot het moment van archivering nog wijzigen, maar alleen als deze verder in de toekomst ligt dan de door het Silent Cube opslagsysteem berekende tijdswaarde. De standaardwaarde vormt daarmee ook een minimumwaarde voor de onveranderlijke archiveringstijd. De standaardwaarde kan later worden verhoogd, maar niet worden verlaagd.
Ligt de Access-Timestamp van een gearchiveerd bestand in het verleden (verstrijken van de retentiedatum), dan kan dit bestand worden verwijderd. Een volledig volume van het type WORM met retentieperiode kan eveneens worden verwijderd wanneer de retentiedatum van alle daarop gearchiveerde bestanden is verstreken.
Bij het verwijderen van een bestand wordt de verwijzing ervan onherstelbaar uit het bestandssysteem van de Silent Cube geëlimineerd. Reconstructie van de verwijderde verwijzing is niet meer mogelijk, ook al blijven de ruwe gegevens (bits) van een bestand nog op het opslagsysteem aanwezig. De door het bestand gebruikte opslagruimte blijft schrijfbeveiligd behouden en wordt niet vrijgegeven.
Volumetype WORM met retentieperiode en versiebeheer
Komt overeen met het volumetype WORM met retentieperiode, maar biedt daarnaast functionaliteiten voor versiebeheer (zie hoofdstuk 4.2.1.3).
Volumetype WORM met retentieperiode (RWRO getriggerd)
Komt overeen met het volumetype WORM met retentieperiode, maar gebruikt geen tijdgestuurde archivering en kent een afwijkende behandeling van de retentieperiode.
Het archiveringsproces (overdracht van cache-opslag naar archiefopslag) van dit volumetype begint pas wanneer de toegangsrechten van een bestand van Read Write (RW) naar Read Only (RO) worden gezet. Dit volumetype moet daarom alleen worden gekozen wanneer het gebruikte softwaresysteem dat aan de Silent Cube voorafgaat, in staat is het archiveringsproces dienovereenkomstig te starten.
Wat de retentieperiode van een bestand betreft, wordt bij dit volumetype een door het voorgeschakelde softwaresysteem gewijzigde Access-Timestamp altijd overgenomen, mits deze in de toekomst ligt. Alleen bij bestanden zonder gewijzigde Access-Timestamp wordt deze met behulp van de instelbare standaardwaarde berekend en toegewezen.
Volumetype WORM met retentieperiode en versiebeheer
(RWRO getriggerd)
Komt overeen met het volumetype WORM met retentieperiode (RWRO getriggerd), maar biedt daarnaast functionaliteiten voor versiebeheer (zie hoofdstuk 4.2.1.3).
Volumetype WORM met retentieperiode
(RWRO getriggerd, Autosave)
Het volumetype WORM met retentieperiode (RWRO getriggerd, Autosave) houdt rekening met het feit dat sommige systemen tijdelijke bestanden, die vaker wijzigen, nodig hebben voor toegang tot de eigenlijke gegevens. Pas na de overgang van RW naar RO zijn deze bestanden onveranderbaar.
Bij de eerdere volumetypen werden deze tijdelijke bestanden vóór de overgang naar RO alleen in de cache van de Head Unit opgeslagen en niet op de beveiligde Silent Cube. Bij een storing of technisch probleem van de Head Unit konden deze tijdelijke bestanden verloren gaan, wat afhankelijk van het systeem ertoe kon leiden dat de eigenlijke gegevens onbruikbaar werden.
Dit volumetype introduceert nu de functie Auto-Save. Hierbij worden alle gegevens altijd op de Silent Cube opgeslagen. Gegevens die nog als RW zijn gemarkeerd, zijn daarbij "wijzigbaar" en "verwijderbaar" - elke van deze acties leidt tot een nieuw bestand op de Silent Cube. Pas bij de overgang naar RO worden deze bestanden als onveranderbaar gemarkeerd.
Ook al wordt bij elke wijziging of bij het verwijderen van een tijdelijk bestand vóór de overgang naar RO telkens een nieuwe "versie" van het bestand aangemaakt, deze "versies" zijn niet transparant - er vindt dus geen echt versiebeheer plaats. Er is altijd alleen de laatste versie zichtbaar; na het "verwijderen" wordt het bestand verwijderd.
Volumetype-opties
Bij het aanmaken van een nieuw volumetype zijn talrijke opties beschikbaar, afhankelijk van het gekozen volumetype en een geactiveerde Compliance Option, verdeeld over de tabbladen Archivering, Safe-bestanden en Overig.
Volumetype en beschikbare volumetype-opties
Elk volumetype biedt individuele configuratiemogelijkheden. De volgende tabel geeft een overzicht van het verband tussen het volumetype en de beschikbare volumetype-opties.
Een volumetype met versiebeheer komt hierbij grotendeels overeen met het bijbehorende volumetype zonder versiebeheer.
|
Optie |
Volumetype |
|||
|
WORM |
WORM met retentieperiode |
WORM met retentieperiode (RWRO getriggerd) |
WORM met retentieperiode (RWRO getriggerd, Auto-Save) |
|
|
Retentieperiode jaren/dagen |
|
ja |
ja |
ja |
|
Minimumleeftijd vóór archivering [s] |
ja |
ja |
|
|
|
Gearchiveerde bestanden markeren als schrijfbeveiligd |
ja |
ja |
|
|
|
Willekeurige toegang binnen bestanden |
ja |
ja |
ja |
ja |
|
Bestanden comprimeren |
ja |
ja |
ja |
ja |
|
Bestanden na het archiveren uit de cache verwijderen |
ja |
ja |
ja |
ja |
|
Melding wanneer nog niet gearchiveerde bestanden ouder zijn dan |
ja |
ja |
ja |
ja |
|
Melding wanneer nog niet getriggerde bestanden ouder zijn dan |
nee |
|
ja |
ja |
|
Aanmaken van Safe-bestanden |
ja |
ja |
ja |
ja |
|
Optimalisaties voor Robocopy |
ja |
ja |
|
|
|
0-byte bestanden niet archiveren |
ja |
ja |
ja |
ja |
|
Intelligent vervangen |
ja |
ja |
|
|
|
Hernoemen van lege mappen verbieden |
|
|
ja |
ja |
|
Hernoemen van bestanden verbieden |
|
|
ja |
ja |
|
Optimalisaties voor Quantum StorNext |
ja |
ja |
ja |
ja |
|
Volumetype wijzigen naar "WORM met versiebeheer" |
ja |
|
|
|
|
Volumetype wijzigen naar "WORM met retentieperiode en versiebeheer" |
|
ja |
|
|
|
Volumetype wijzigen naar "WORM met retentieperiode (RWRO getriggerd, Auto-Save)" |
|
|
ja |
|
Tabel: Volumetype en beschikbare volumetype-opties
Archivering / Methode
Bestanden die naar het Silent Cube opslagsysteem worden overgedragen, worden eerst naar de cache-opslag geschreven. Met de optie Methode kunt u de bestanden in de cache-opslag ofwel Direct (standaard) ofwel Periodiek na een instelbaar tijdsinterval naar de archiefopslag overdragen. Het gebruik van de periodieke archiveringsmethode biedt de mogelijkheid om bestanden nog te wijzigen of te verwijderen zolang deze zich nog in de cache-opslag bevinden en nog niet zijn gearchiveerd. Het nadeel is dat er tot het moment van archivering geen gegevens- en revisiezekerheid is gegarandeerd. Om deze reden wordt periodieke archivering meestal voor testdoeleinden gebruikt.
Het tijdsinterval kan worden gekozen tussen Dagelijks, Wekelijks en Maandelijks. Daarnaast zijn het tijdstip, de dag van de week (bij het interval Dagelijks en Wekelijks) of de dag van de maand (bij het interval Maandelijks) instelbaar.
De keuze van het tijdsinterval moet worden afgestemd op de hoeveelheid gegevens die ontstaat en de capaciteit van de cache-opslag. Wanneer grote hoeveelheden gegevens moeten worden gearchiveerd, moet daarom een korter tijdsinterval worden gekozen.
Afbeelding: Archiveringsmethode
Archivering / Minimumleeftijd vóór archivering [s]
Het Silent Cube opslagsysteem archiveert een bestand alleen als de laatste toegang tot dit bestand (Modification Date) minimaal meer dan 5 seconden geleden heeft plaatsgevonden (standaard = 60 seconden).
Een groot aantal voorgeschakelde softwaresystemen (ook bestandsbeheerders zoals Windows Explorer of Mac OS X Finder) wijzigen de metadata van een bestand pas na een voltooide kopieeractie. Met de wachttijd wordt gewaarborgd dat een naar de cache-opslag gekopieerd bestand volledig beschikbaar is voor archivering, waardoor gegevensverlies wordt voorkomen. De standaardwaarde mag alleen in bijzondere gevallen worden gewijzigd.
Afbeelding: Minimumleeftijd vóór archivering
Archivering / Gearchiveerde bestanden markeren als schrijfbeveiligd
Als deze optie wordt geactiveerd (standaard = uit), wordt het toegangsrecht van elk bestand op dit volume ingesteld op Read Only (RO). Dit geldt ook voor bestanden die zich nog in de cache-opslag bevinden. Dit toegangsrecht blijft ook behouden wanneer het gearchiveerde bestand vanuit het Silent Cube opslagsysteem naar een externe map wordt gekopieerd of geladen.
Afbeelding: Gearchiveerde bestanden markeren als schrijfbeveiligd
Archivering / Willekeurige toegang binnen bestanden
Deze optie (standaard = aan) maakt opslagtoegang mogelijk tot een willekeurig gedeelte binnen bestanden in een containerformaat. Bij containerformaten worden om prestatieredenen meerdere bestanden in één bestand samengevoegd. Containerformaten worden vaak gebruikt bij bijvoorbeeld archief-, beeld- en video-toepassingen. De willekeurige toegang zorgt ervoor dat een softwaresysteem dat toegang zoekt tot het bestand niet eerst de volledige container hoeft uit te lezen. Het wordt daarom aanbevolen deze optie geactiveerd te laten (standaard).
Afbeelding: Willekeurige toegang binnen bestanden
Archivering / Bestanden comprimeren
Als deze optie wordt geactiveerd (standaard = uit), worden bestanden tijdens de archivering gecomprimeerd. Hierbij wordt een ZIP-achtig algoritme gebruikt, dat opslagcapaciteit kan besparen wanneer voornamelijk comprimeerbare bestanden worden gearchiveerd (bijvoorbeeld documenten).
Afbeelding: Gegevens comprimeren
Archivering / Bestanden na het archiveren uit de cache verwijderen
Als deze optie wordt uitgeschakeld (standaard = aan), blijven bestanden na een voltooide archivering in de cache-opslag staan. Het voordeel is dat bestanden vanuit de cache-opslag sneller beschikbaar zijn dan wanneer ze vanuit de archiefopslag hadden moeten worden geladen. Om de cache-opslag "schoon" te houden, wordt echter aanbevolen deze optie geactiveerd te laten.
Afbeelding: Bestanden na het archiveren uit de cache verwijderen
Archivering / Melding wanneer nog niet gearchiveerde bestanden ouder zijn dan
Als deze optie is geactiveerd (standaard = aan / 1 dag) en de meldingsfunctie is geconfigureerd, wordt een e-mail verzonden zodra zich in de cache-opslag nog bestanden bevinden die al gearchiveerd hadden moeten zijn. U kunt dagen, uren en minuten definiëren. Als de periodieke archiveringsmethode is gekozen, moet de tijd tot een melding langer zijn dan het ingestelde periodieke tijdsinterval.
Archivering - Melding wanneer nog niet getriggerde bestanden ouder zijn dan
Deze optie is alleen beschikbaar voor volumes van het type "RWRO getriggerd". Als deze optie is geactiveerd (standaard = uit) en de meldingsfunctie is geconfigureerd, wordt een e-mail verzonden zodra zich in de cache-opslag nog bestanden bevinden die na een bepaalde minimumleeftijd al getriggerd (RWRO) en dus gearchiveerd hadden moeten zijn. U kunt dagen, uren en minuten definiëren.
Safe-bestanden
Om gedetailleerde informatie over het volledige archiveringsproces van een bestand te verkrijgen, kan optioneel (standaard = uit) een zogenaamd Safe-bestand worden aangemaakt. Dit logbestand wordt automatisch aangemaakt en extra opgeslagen na een voltooide kopieeractie van een bestand naar het Silent Cube opslagsysteem. De bestandsnaam komt overeen met de naam van het gearchiveerde bestand plus een zelf te definiëren bestandsextensie (standaard = *.safe).
Het Safe-bestand kan worden aangemaakt in tekst- of XML-formaat. Dit stelt ook externe softwaresystemen in staat informatie over het archiveringsproces op te vragen of te verwerken. De optie kan ook achteraf worden geactiveerd. Het FAST LTA Support Team stelt een afzonderlijk Background Paper over het onderwerp Safe-bestand beschikbaar.
<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<fileData>
<hash>4216475b55472f890aff212079ffa303b6f1cfb33e5fa5802882aa37968f78a4…
<lookupkey>64c26d29cf7ffce5333957539d8bbb04c7d2a556dad5ed967f3eb6dfea6…
<size>17210</size>
<stored>1</stored>
<safe>1</safe>
<ciphercode>0</ciphercode>
<compressioncode>12289</compressioncode>
<online>1</online>
<ingest_epoche>1250155996</size>
<ingest_iso8601>2009-08-13T11:33:16+0200</ingest_iso8601>
<creation_epoche>1250095987</creation_epoche>
<creation_iso8601>2009-08-12T18:53:07+0200</creation_iso8601>
</fileData>
Afbeelding: Voorbeeld van een Safe-bestand (XML-formaat)
Overig / Archivering prioriteren
Wanneer binnen een Silent Cube-systeem meerdere volumes worden aangemaakt, zorgt de Silent Cubes-software ervoor dat het opslaan van alle volumes in het WORM-gebied een bepaalde logica volgt. Dit betekent dat per volume een bepaald aantal te archiveren bestanden wordt verwerkt, om vervolgens hetzelfde aantal bij het volgende volume te verwerken. Dit proces herhaalt zich cyclisch, totdat alle openstaande bestanden zijn gearchiveerd.
Heeft men nu een volume dat voortdurend met zeer grote bestanden wordt gevuld (bijvoorbeeld beeldgegevens) en een ander dat voortdurend met zeer kleine bestanden wordt gevuld (bijvoorbeeld gecomprimeerde tekstdocumenten), dan ontstaat er een onevenwicht in de opslag. Om dit onevenwicht te verhelpen, kan de archivering voor het volume met de kleine bestanden worden geprioriteerd.
Overig / Optimalisaties voor Robocopy
Kopieeracties via het netwerk zijn niet zonder risico. Een netwerkstoring of een time-out kan bijvoorbeeld optreden tijdens een kopieeractie. Omdat het Silent Cube opslagsysteem de kopieeractie zelf niet kan verifiëren, bestaat het risico dat onvolledige en dus corrupte bestanden worden gearchiveerd. Om dit risico te beperken, is er bijvoorbeeld het programma Robocopy voor Microsoft-besturingssystemen. Robocopy is in staat afgebroken bestandsoverdrachten te hervatten en een overdracht te verifiëren.
Zo legt Robocopy het gekopieerde bestand eerst met een bepaalde en steeds identieke Modification-Timestamp (01 januari 1980 00:00:00 GMT tot 02 januari 1980 00:00:00 GMT) aan op het Silent Cube opslagsysteem (cache-opslag). Pas wanneer de kopieeractie is geverifieerd, wordt aan het gekopieerde bestand de originele Modification-Timestamp toegekend.
Als de optie Optimalisaties voor Robocopy is geactiveerd (standaard), herkent het Silent Cube opslagsysteem aan de hand van de Modification-Timestamp of een bestand correct is overgedragen of niet. Zo niet, dan wordt het bestand genegeerd en niet gearchiveerd. Aan de hand van de Modification-Timestamp kunnen ook verweesde bestanden worden opgespoord en uit de cache-opslag van het Silent Cube opslagsysteem worden verwijderd.
Kopieeracties via het netwerk zijn niet zonder risico. Een netwerkstoring of een time-out kan bijvoorbeeld optreden tijdens een kopieeractie. Omdat het Silent Cube opslagsysteem de kopieeractie zelf niet kan verifiëren, bestaat het risico dat onvolledige en dus corrupte bestanden worden gearchiveerd. Om dit risico te beperken, is er bijvoorbeeld het programma Robocopy voor Microsoft-besturingssystemen. Robocopy is in staat afgebroken bestandsoverdrachten te hervatten en een overdracht te verifiëren.
Zo legt Robocopy het gekopieerde bestand eerst met een bepaalde en steeds identieke Modification-Timestamp (01 januari 1980 00:00:00 GMT tot 02 januari 1980 00:00:00 GMT) aan op het Silent Cube opslagsysteem (cache-opslag). Pas wanneer de kopieeractie is geverifieerd, wordt aan het gekopieerde bestand de originele Modification-Timestamp toegekend.
Als de optie Optimalisaties voor Robocopy is geactiveerd (standaard), herkent het Silent Cube opslagsysteem aan de hand van de Modification-Timestamp of een bestand correct is overgedragen of niet. Zo niet, dan wordt het bestand genegeerd en niet gearchiveerd. Aan de hand van de Modification-Timestamp kunnen ook verweesde bestanden worden opgespoord en uit de cache-opslag van het Silent Cube opslagsysteem worden verwijderd.
Overig / Optimalisaties voor Quantum StorNext
Quantum StorNext gebruikt speciale mechanismen, die worden ondersteund door het activeren van de optie Optimalisaties voor Quantum StorNext.
Voor alle andere softwarekoppelingen mag deze optie niet worden geactiveerd.
Afbeelding: Optimalisaties voor Quantum StorNext
Overig / 0-byte bestanden niet archiveren
Als de optie wordt geactiveerd (standaard = uit), worden tijdelijke 0-byte bestanden tijdens het archiveringsproces gefilterd en niet gearchiveerd. Het wordt aanbevolen deze optie alleen te activeren wanneer vaststaat dat deze bestanden werkelijk niet nodig zijn en uitsluitend tijdelijke doeleinden dienen.
Overig / Intelligent vervangen
Deze optie (standaard = uit) maakt een pseudoverwijdering van een bestand mogelijk, waarbij automatisch, zodra een verwijderopdracht wordt ontvangen, een nieuwe bestandsnaam wordt toegekend. Dit maakt het mogelijk een ander of actueler bestand met de oorspronkelijke bestandsnaam te archiveren. De revisiezekerheid blijft daarbij gewaarborgd.
Overig / Hernoemen van lege mappen / bestanden verbieden
Bij RWRO-getriggerde volumes kan met deze optie worden voorkomen dat de voorgeschakelde software lege mappen en bestanden kan hernoemen.
Overig / Bij een poging bestanden binnen de retentieperiode te verwijderen wordt een foutmelding geretourneerd
Bij volumes van het type "WORM met retentieperiode en versiebeheer" kan worden bepaald of bij een poging tot verwijdering binnen de retentieperiode een foutmelding moet worden geretourneerd (standaard). Schakelt u deze optie uit, dan ontvangt u bij een verwijderpoging geen foutmelding, maar het bestand blijft desondanks bestaan.
Overig / Lezen vóór het toevoegen
Bij volumes van het type "WORM met retentieperiode en versiebeheer (RWRO getriggerd)" kan worden bepaald of bij het toevoegen van gegevens aan een bestaand bestand de inhoud eerst moet worden terug gelezen, zodat deze beschikbaar is in de cache.
Volumetype omzetten
Bij een reeds aangemaakt volume kan, met uitzondering van twee gevallen, het bestaande volumetype niet in een ander type worden omgezet. Betreft het reeds aangemaakte volume een volumetype WORM of WORM met retentieperiode (telkens zonder versiebeheer), dan kunnen deze worden omgezet naar het overeenkomstige volumetype met versiebeheer. Dit proces is eenrichtingsverkeer en dus onomkeerbaar. De functie is te vinden in de bewerkingsmodus van een volume op het tabblad Overig.
Volumes van het type WORM met retentieperiode (RWRO-getriggerd) (zie hoofdstuk 4.2.1.6) kunnen eenmalig en onomkeerbaar worden omgezet naar het type WORM met retentieperiode (RWRO-getriggerd, Auto-Save).
Afbeelding: Volumetype WORM met retentieperiode (RWRO getriggerd) omzetten
Geselecteerde volumes verwijderen
In het overzicht Volumes beheren bestaat de mogelijkheid om een volume te verwijderen. Om een volume te kunnen verwijderen, moet dit ofwel ongebruikt zijn (0 bytes gebruikt en 0 bestanden reeds gearchiveerd), ofwel moeten alle bestanden uit dit volume worden verwijderd. Let op: dit is alleen mogelijk bij volumes waarvoor de retentiedatum (alleen bij volumes met retentieperiode) van alle bestanden in het volume is verstreken.